Gemuilkorfd

Het werd al een beetje verwacht. De Hoge Raad heeft de hondenbaasjes voorzien van een muilkorf. Bijten mag niet. Zeker niet in de overheid.

De hondenliefhebbers in Nederland mogen waarschijnlijk de begrotingen van een flink aantal gemeenten sluitend maken. In een enkel geval met een paar tientjes, maar het kan hier en daar behoorlijk heftig zijn. Neem de gemeente Heerlen. 3 honden? Bijna 700 euro! Algemene belasting, wel te verstaan.

Zwarte dag
Ik heb het een zwarte dag voor de democratie genoemd. Want de Hoge Raad heeft een stok gezocht om de hond te slaan. De meerderheid mag beslissen wat de minderheid moet betalen. Terwijl de rol van de bestuursrechter nu juist is om de burger te beschermen tegen willekeur van de overheid. In mijn eerdere commentaren heb ik uitgelegd, dat hondenbelasting eigenlijk algemene belasting is, die zonder duidelijke reden alleen bij hondenhouders wordt geheven.

Zelfs wanneer de uitgaven voor honden zouden overeenstemmen met de inkomsten, is het nog niet te snappen waarom het zo moet. Immers zijn er vele voorzieningen in een gemeente, die uit de algemene kas worden betaald. Worden de kosten van speeltuintjes op de ouders van de betreffende kinderen verhaald? Hoe zit het met steun aan voetbalclubs? Allerlei subsidies?

Biertje?
Voor de prijs van een tot twee biertjes is het hele probleem van tafel. De OZB hoeft slechts enkele euro’s te worden verhoogd. Controle op hondenbezit is dan niet nodig. Dus minder weggegooid geld, zou je denken, maar …?

“Geen discriminatie”
Op internet lezen we onder meer in dit bericht dat hondenbelasting “geen discriminatie” zou zijn. Maar de Hoge Raad heeft nu juist “geoordeeld dat er niet mocht worden geoordeeld”. Want volgens artikel 120 van de Grondwet mocht het hof niets zeggen over “Haagse” wetten. Ofwel: via de “artikel 120 blokkade” zijn de hondenbaasjes buitenspel gezet. Het geschil ging over de vraag of gemeenten discrimineren, maar die vraag is niet beantwoord. De scheidsrechter mocht niet fluiten, maar dat doet aan de ernst van de overtreding niets af.

Over artikel 120 van de Grondwet zal ik nog eens een apart artikel schrijven. Want door dit artikel is Nederland in mijn ogen een bananenrepubliek.

“Ruime beoordelingsvrijheid”
Ook lezen we dat er niets aan de hand is met mensenrechten, want je moet het als overheid wel erg bont maken. voordat mensenrechten worden geschonden, aldus de Hoge Raad. Maar aangezien de Hoge Raad niet het Europese Hof voor de Rechten van de Mens is, weten we niet hoe het EHRM daadwerkelijk zou oordelen. Uit een aantal uitspraken van het EHRM weten we dat dat de wetgever volgens dat hof een “ruime marge” toekomt ten aanzien van de inhoud van wetgeving, maar wanneer een regeling “manifest willekeurig of onredelijk is” dan zou dat anders kunnen zijn. Is hondenbelasting dan niet manifest willekeurig? Redelijk? Zegt u het maar.

Feitelijk oordeel?
Opvallend is dat de Hoge Raad vindt dat alleen honden de openbare ruimte vervuilen. Voor andere dieren geldt dat niet of in mindere mate, zo de Hoge Raad. Waarop baseert men dat? Nergens in de procedure is dat gesteld. “Bescheidenlijk ben ik van mening dat dit oordeel van redelijke grond is ontbloot”, zou ik als jurist zeggen. Ik heb geleerd dat de Hoge Raad zich beperkt tot rechtsoordelen (en dus geen feitelijke oordelen geeft). Misschien ben ik toe aan een update van mijn juridische kennis.

Indirecte toetsing van gemeentewet?
Ik kom nog even terug op de uitspraak. Het Bossche hof zou artikel 120 van de Grondwet hebben miskend. De Hoge Raad zegt onder 4.1. van de uitspraak dat de gemeente gebruik zou hebben gemaakt van de bevoegdheid volgens artikel 226 van de Gemeentewet. Dit is principieel onjuist. Want de bevoegdheid om verordeningen te maken, vloeit rechtstreeks voort uit artikel 127 van de Grondwet.

Dit artikel luidt: “Provinciale staten en de gemeenteraad stellen, behoudens bij de wet of door hen krachtens de wet te bepalen uitzonderingen, de provinciale onderscheidenlijk de gemeentelijke verordeningen vast.”.
In gewoon Nederlands: de Grondwet geeft gemeenten het recht om verordeningen te maken, niet de Gemeentewet. In de Gemeentewet vinden we de uitzonderingen. Niet de toestemming.

De gemeente behoort dus zelf een belangenafweging te maken. De gemeente moet zich afvragen of een verordening in strijd is met rechtsbeginselen, zoals het gelijkheidsbeginsel. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever dat ook zo voor ogen had. Vanzelfsprekend zijn deze argumenten in de procedure genoemd.

Het Hof in den Bosch kon dus wel degelijk oordelen dat de verordening strijdig was met artikel 1 van de Grondwet. Daarbij komt, dat de discriminatie niet ontstaat door artikel 226 van de Gemeentewet, maar pas door de invulling die de gemeente er in de verordening aan geeft. Ook aan dat argument is de Hoge Raad voorbijgegaan. Nog andere, vooral juridisch georiƫnteerde, argumenten laat ik hier verder rusten.

Oproep aan gemeenteraden
Het is aanlokkelijk om schuil te zoeken achter de uitspraak van de Hoge Raad. Maar besef, dat niet is geoordeeld. Wanneer de hondenbelasting naar de algemene middelen gaat, is het niet meer van belang of er kosten worden gemaakt in verband met honden. Immers brengt vrije besteding van belasting mee, dat uitgaven voor de heffing niet relevant zijn. Wanneer gemeenteraden democratie serieus nemen, dan neemt men eigen verantwoordelijkheid. Met een klein zinnetje is het probleem van democratie te duiden: laat twee wolven en een schaap maar eens democratisch beslissen wat ze die dag zullen eten. In een democratische samenleving wordt rekening gehouden met de belangen van het schaap. Die belangenafweging dus. De uitspraak van de Hoge Raad beschermt de schapen niet. Zoekt u toch schuil achter die uitspraak, dan kan uw “democratische kwaliteit” terecht worden bekritiseerd.

ECLI:NL:HR:2013:917