Vragen en antwoorden Hondenbelasting

Naar aanleiding van de uitspraak van het gerechtshof Den Bosch van 24 januari 2013 bereiken mij vragen inzake de hondenbelasting.

Onderstaand wordt ingegaan op gestelde vragen. Mogelijk wordt dit overzicht nog aangevuld.

Moet ik bezwaar maken?
Uiteraard beslist u zelf of u bezwaar wilt maken tegen de aanslag. Maakt u geen bezwaar, dan wordt de aanslag definitief en is er niets meer tegen te doen. Het eventuele oordeel van de Hoge Raad doet er dan niet meer toe. Zonder bezwaar staat de aanslag vast. Een bezwaar is dus ook te zien als een soort “verzekering”: als het oordeel van het gerechtshof in stand blijft, dan zouden gemeenten, die net als in Sittard-Geleen, de hondenbelasting alleen als een inkomstenbron beschouwen, uw bezwaar gegrond moeten verklaren. De verzekeringspremie is een postzegel, dus dat valt te overzien:-)

Zes weken!
Een te laat ingediend bezwaar wordt afgewezen en u kunt daartegen niets meer doen. Er zijn enkele uitzonderingen, maar daar kunt u beter niet op rekenen. Zorg er voor dat een bezwaarschrift binnen zes weken na de datum van de aanslag bij de gemeente binnen is.

Wanneer wordt het bezwaar behandeld?
Dit hangt van allerlei factoren af. De kans is groot dat de gemeente afwacht totdat de beslissing in de zaak “Sittard-Geleen” definitief is. Gemeenten die vinden dat alles in orde is, zullen misschien eerder beslissen. Men heeft de tijd tot eind 2013, dus is de kans groot dat het wel even duurt.

De gemeente zegt kosten te maken in verband met honden. Wat nu?
Na bovengenoemde uitspraak kwam de Vereniging van Nederlandse Gemeenten al snel met een advies aan gemeenten om kosten inzichtelijk te maken. Daarmee wordt geprobeerd bezwaarmakers de wind uit de zeilen te nemen. Het gerechtshof heeft vooral gekeken naar de aanleiding om de belasting in te stellen. Rond het najaar van 2012 zijn de verordeningen door de gemeenteraden vastgesteld en de meeste raden verkeerden toen nog in de veronderstelling dat men vrij was om de belasting te besteden. Het gerechtshof oordeelde – in mijn woorden – dat de kosten in verband met honden een wezenlijke rol moeten hebben gespeeld bij de besluitvorming. Dit is doorgaans niet het geval.

Hoe zit het met de kosten die mijn gemeente nu noemt?
Na 24 januari 2013 hebben veel gemeenten plotseling “hondenbeleid”. Er wordt van alles opgenoemd en overdrijven lijkt niet te worden geschuwd. Niet alleen voorzieningen voor honden, maar ook kosten van handhaving, voorlichting en zelfs kosten van de inning en controle van het hondenbezit worden genoemd. Zoals aangegeven zijn deze rekensommetjes eigenlijk niet van belang, omdat het bij de vaststelling van de verordening geen rol heeft gespeeld.

Kosten van handhaving horen niet bij de hondenbelasting thuis. Dit geschiedt in het kader van de APV en de kosten horen dus daar thuis. Welk deel van de tijd wordt aan handhaven met betrekking tot honden blijkt vermoedelijk nergens uit. Bovendien levert flink handhaven ook nog de nodige boetes op en dus kunnen de handhavers hun kosten terugverdienen als ze buiten goed opletten. Verder valt niet in te zien waarom de handhaving in het kader van honden uit de hondenbelasting zou moeten worden betaald, terwijl “kosten” van andere overlast niet op de betreffende veroorzakers wordt verhaald. Dit verschil is niet te rechtvaardigen. Het meetellen van inningskosten is een cirkelredenering. Immers zijn die kosten er zonder de belasting niet. Bovendien zijn inningskosten geen kosten die verband houden met kosten die hondenbezit teweegbrengt voor de gemeente. Juist de (hoge) inningskosten zijn weggegooid geld en dus een extra reden om niet te kiezen voor hondenbelasting als algemene inkomstenbron!

Moet de gemeente niet vooraf bepalen waar de belasting naar toe gaat?
Uitgaande van de uitspraak van het gerechtshof, waarin is bepaald dat er een verband moet zijn tussen belasting en de betreffende kosten, is het essentieel dat de burger vooraf weet waar hij aan toe is. Het volstaat dus niet dat er wordt gezegd dat er geld wordt uitgegeven aan “hondenbeleid”. Want als zou blijken dat het geld toch niet aan “hondgerelateerde” kosten is besteed, kan daartegen niets worden gedaan. Immers is de bezwaartermijn 6 weken na de aanslag afgelopen. Zonder zekerheid vooraf is er feitelijk geen rechtsbescherming. Daarom ben ik voorstander van een bestemmingsheffing. Daarbij mogen de kosten niet meer dan 10% afwijken van de opbrengsten, aldus een recente uitspraak van de Hoge Raad.