Webwinkels onder vuur

Vandaag las ik een uiterst curieuze uitspraak van de bestuursrechter in Den Bosch.

De vereniging van slijters was kennelijk niet zo blij met een webwinkel die alcoholische dranken verkocht en de slijtersclub probeerde die webwinkel via bestemmingsplanregels tegen te werken.

De slijters stelden dat de webwinkel detailhandel uitoefende op het industrieterrein en dat was volgens het bestemmingsplan niet toegestaan.

Geen klant te zien
De webwinkel verzendt de spullen vanuit een bedrijfspand en volgens de gemeente is er geen winkel of showroom en de goederen worden er niet afgehaald.

Rechter legt het probleem zelf bloot in zijn uitspraak
Onder nummer 6 van de uitspraak begint de rechter met de mededeling dat het primair gaat om de ruimtelijke uitstraling van de activiteiten. Dat is juist, want het doel van bestemmingsplannen is ruimtelijke ordening.

Vervolgens komt de rechter via een ingewikkeld verhaal tot de conclusie dat er sprake zou zijn van detailhandel en dat is in strijd met het bestemmingsplan. De gemeente moet dus handhavend gaan optreden tegen de webslijter.

De rechter vergeet echter te toetsen aan zijn eerste criterium: de ruimtelijke uitstraling. Volgens de uitspraak is er geen klant te zien bij het bedrijf. Niemand gaat er iets afhalen en er is geen verkoopruimte. Het lijkt mij zo klaar als een klontje dat de ruimtelijke uitstraling niets te maken heeft met detailhandel. Er duidt niets op detailhandel. Kijk maar even mee op Street View (zou de rechter dat pand wel eens gezien hebben?)

Rechtsbeginselen
In de boeken over bestuursrecht wordt veel aandacht besteed aan fundamentele beginselen. Deze uitspraak lijkt me geen stand te kunnen houden. Zoals gezegd, gaat het bij bestemmingsplannen om de ruimtelijke ordening en deze wetgeving is niet bedoeld voor het tegengaan van concurrentie. Want daar is de slijtersclub gewoon op uit. In mijn visie was de SlijtersUnie niet ontvankelijk omdat men geen (voldoende) rechtstreeks belang heeft.

Andere webwinkels
Het is ook zonneklaar, dat de uitspraak gevolgen zou kunnen hebben voor vele webwinkels, groot en klein. Immers opereren er weinig vanuit een “gewone” winkel. Zo lang de buren niet klagen, is er niet zo veel aan de hand, dacht ik. Maar misschien moet de gemeente Zwolle nu wel handhavend optreden tegen Wehkamp of zo?

Positie webwinkel
De betrokken webwinkel zit in een vreemde positie. Men was “uitgenodigd” bij de bestuursrechter, om als partij deel te nemen, maar daarvan is geen gebruik gemaakt. Ik weet niet waarom, maar de wat vreemde kronkel doet zich voor, dat het geschil beperkt is tot de slijters en het gemeentebestuur en dat de webwinkel moet toekijken hoe het verder gaat. Wel kan men opkomen tegen een handhavingsbesluit en misschien gaat de webwinkel daar de pijlen op richten.

De stimulerende overheid (kuch)
Het is uiteraard niet de taak van de rechter om de economie te stimuleren, maar het is natuurlijk wel erg teleurstellend om te zien, hoe ondernemers door de overheid kunnen worden tegengewerkt, waar er – zo meen ik oprecht – geen enkele redelijke grond te vinden is om de activiteiten op die plaats te verbieden.

Marktwerking niet tegen te houden
De wereld verandert en de ontwikkelingen als internet zijn simpelweg niet tegen te houden. Economische modellen passen zich aan de omgeving aan. Knokken tegen marktwerking is een bij voorbaat verloren wedstrijd. De slijtersvereniging zou er waarschijnlijk beter aan doen om zich eens goed te oriƫnteren op nieuwe verdienmodellen, dan zich bezig te houden met deze schermutselingen, die uiteindelijk de slijter in de winkelstraat niet zullen helpen.

LJN: BV0158